Uit de oude doos: "Toespraak Bert van der Veer" 't Walchersche Pijproockgilde |
Terug naar:
|
Toespraak van de pijproker van het jaar 1994.De pijp Hoe lang zal het nog kunnen? Een pijproker van het jaar kiezen? Wie durft er nog openlijk een pijp te roken? Nog even en de bekroning van “de pijproker van het jaar”, vindt in het geheim plaats. Deuren op slot, mannen op de uitkijk en paffen maar. Toen het pas nog niet mocht ging ik toch wel eens “roken” zitten. Dan begon ik zo leuk mogelijk te doen tegen de stewardess: “De meeste staat zo’n uniform niet, maar jij kan het hebben.” “Ik kom mijn drankjes zelf wel halen.” “Als we straks in New York landen, zal ik je dan niet vragen in welk hotel je logeert?” En dan wilde het nog wel eens gebeuren dat ik speciale toestemming kreeg. Ik had vervolgens ook nog eens een keer een niet-roken hotelkamer. Betaal je 210 dollar per nacht, mag je geen pijp opsteken. Wat moet je dan doen? Een orgie organiseren, dat kan de receptie voor je regelen. Roken verboden, AIDS krijg je gratis! Dus: paffen gewoon. Jammer dan dat de ramen niet open kunnen. Kan de volgende bewoner ook geen zelfmoord plegen, omdat er misschien wel een ietsiepietsie rooklucht is blijven hangen. Pijprokers zijn de paria’s van de maatschappij geworden. Melaats, melaats. Weten ze wel hoeveel karakter en doorzettingsvermogen ik moet hebben om überhaupt pijproker te hebben kunnen worden? Dachten ze dat ik het imago van intellectualisme, betrouwbaarheid, oorspronkelijkheid en rust cadeau gekregen heb als bonus op de keizersnede? Het inroken van een pijp is voor de full-prof al een hel, moet je nagaan wat een beginneling doormaakt. Vulkanische sappen hebben mijn gehemelte geteisterd, mijn poten heb ik verbrand aan de gloeiend hete kop, vonken brandden gaatjes in mijn overhemden, roetdeeltjes lieten vieze sporen achter. Kotsmisselijk heb ik de kleffe Clan tot aan de bodem weggezogen, maar toen werd je nog wel eens beloond: “Hee, lekker toffeegeurtje.” Niet dat ik alleen maar nadelen ondervind als pijproker. Vergaderingen duren lekker kort, een rondvraag heb ik al jaren niet meer benut zien worden en soms ga ik voor de lol wel twee keer rond. Als ik verdwaal in een overdekt winkelcentrum, weet mijn vrouw mij altijd weer terug te vinden. Ik ga wel eens met de trein naar Keulen en dan duik ik snel een lege coupé in, ik leg in no-time een heel mistgordijn en heerlijk alleen geniet ik van het landschap. Ik heb één vriend die ook pijp rookt en we kunnen samen zo mooi zwijgend wandelen, dat de monniken er jaloers op zouden worden. Over pijp roken echter praten we niet. Mijn vriend heeft een mandje met wel 50 pijpen. Als hij op vakantie gaat staat hij uren te tobben: welke van zijn dierbare kinderen mag dit jaar mee naar de Cote d’Azur? Ik heb maar twee pijpen in gebruik. Ik kan wel janken, als ik door een bodem heen schraap, als mijn tanden zich door de steel heen boren of als de kop barst na een val op een harde vloer. Dan heb ik ineens maar één pijp en ben ik heel erg chagrijnig en leg ik alsmaar uit dat je een hete pijp niet kan roken en dat ik er daarom altijd liever twee bij me heb. Ook beperk ik mij radicaal tot een merk tabak. Ik heb een hele briefwisseling gevoerd met Douwe Egberts, omdat in 1985 Amphora Golden Cavendish uit de markt werd genomen. Dit omdat Douwe Egberts, zo bleek uit de correspondentie, zoveel telefoontjes kreeg met het verzoek Amphora Golden Cavendish Export ook in Nederland verkrijgbaar te laten zijn. “Onderzoek toonde aan, dat het brengen van beide merken erg verwarrend zou werken”, schreef mij de Douwe Egberts Tobacco Company te Joure. Ik haat onderzoek en voor een pijproker, altijd intelligent, is zulk een verwarring uitgesloten. Ik ben overgeschakeld op Amphora Bruin, maar sindsdien heeft Joure geen Elfstedentocht meer voorbij zien komen. Ook kijken echte pijprokers raar aan tegen een halsstarrige gewoonte die er bij mij is ingesleten: ik steek nooit zo maar een pijp op. Een pijp komt altijd na iets. Meestal na iets bitters. Koffie vooral. Maar ook chocola, puur, zonder nootjes. Ik draag ook altijd een sigarendoosje bij me, waarin een half reepje pure chocola zit. Die Magnum ijsjes, daar ben ik ook heel tevreden over. Na een banaantje smaakt de pijp. Op buitenlandse reizen neem ik een blik koffiesnoepjes mee van Smith Kendon: Mocca Coffee Flavour, Original Travel Sweets. De pijp smaakt niet na thee, soep, yoghurt, bier of het liefdesspel. Ik heb mijn smaakpapillen als een Pavlovhondje afgericht. Trouwens, zo heb ik ook het niet-roken-probleem tijdens intercontinentale strafexpedities opgelost. Ik drink geen koffie maar thee, dan heb ik geen behoefte aan mijn pijp. Ik bewaar het bonbonnetje voor in de slurf. Pijp al gestopt, aansteker bij de hand. Daarom ben ik ook op deze symbolische eerste mei naar Middelburg gekomen. De dag van de arbeid, want er is werk aan de winkel, heren en dames. Rook pijp. Steek ‘m op waar je ook bent. Gesnuif en gesnoef zal je deel zijn. Maar dat kan je niet schelen. In twee televisie interviews heb ik nu pijp gerookt. Een mistgordijn wierp ik op waarachter ik nog nauwelijks zichtbaar was. Maar dat is de tol van de strijd. Als Pijproker van het jaar acht ik het meer dan ooit mijn plicht mijn boodschap te blijven uitdragen, ook al word ik ervoor in elkaar geslagen. Komt u maar niet langs in het ziekenhuis. Stuur maar een pakje pijptabak. Amphora Bruin. Want dat kost al 6 gulden 70 tegenwoordig.
Bert van der Veer. Terug naar boven |